In Casting voert regisseur Nicolas Wackerbarth ons mee achter de schermen van een filmproductie die op niets lijkt uit te lopen. “Het leuke is dat het acteurs zijn die acteurs spelen. Zij kennen het vak; ze becommentariëren hun eigen industrie, de filmindustrie.”

Related movies

De crew die we zien in Casting werkt aan een remake van Rainer Werner Fassbinders The Bitter Tears of Petra von Kant. Het schiet niet echt op – regisseur Vera is meer thuis op documentaire-sets en het valt haar moeilijk waar dan ook een keuze in te maken bij haar eerste speelfilm. Ondertussen probeert acteur Gerwin, die is ingehuurd als tegenspeler voor de casting-sessies voor de vrouwelijke hoofdrol, zichzelf de productie in te wurmen.

De film is grotendeels het resultaat van improvisaties tussen Wackerbarth en zijn acteurs. Toch lag daar een duidelijk skelet onder, vertelt de filmmaker ons via Skype. “Wanneer je improviseert, heb je als regisseur de verantwoordelijkheid om een solide dramaturgisch fundament te leggen. Anders is het enorme frustrerend voor de acteurs – ze kunnen geweldig werk leveren maar ze hebben geen idee waar het toe dient. Dus we hebben heel veel dingen uitgeprobeerd, we hebben constant afgetast hoe ver we de grenzen konden oprekken, maar we kwamen wel altijd weer terug bij die basis.”

Het casten van deze film moet nogal een mindfuck zijn geweest – een casting voor een casting over een casting…
“We hebben niet echt een traditionele casting gehouden, eigenlijk. Het waren eerder repetities, of improvisatie-sessies. De acteurs hadden geen scenario of rolomschrijving, dus er was geen druk om iets specifieks af te leveren. Dat was heel erg plezierig – de druk lag vooral op mij, om ervoor te zorgen dat ze een duidelijk doel hadden om zich op te richten. Ik heb de acteurs ook niet afzonderlijk gecast, ik was op zoek naar een ensemble. Bij improvisaties zijn de onderlinge relaties extra belangrijk, de hiërarchie tussen de acteurs.”

“Het leuke aan de film is dat het acteurs zijn die acteurs spelen. Dus die mindfuck van een casting in een casting, is eigenlijk onderdeel van de film – des te meer omdat ze een remake van een klassieker aan het maken zijn. De acteurs kennen dit vak als geen ander, ze becommentariëren hun eigen industrie, de filmindustrie. Al die lagen zitten in de film, en dat werd nog sterker toen het een TV-film werd – niemand kreeg het gefinancierd als bioscoopfilm. Dus we werkten met een crew van een TV-station, allemaal mensen die ik niet kende – precies zoals in de film! Net als Vera was ik een zogenaamde filmauteur die ineens met een TV-team stond te werken, dat was een heerlijke ironie.”

Het personage Gerwin probeert zichzelf de film in te fietsen; hij manipuleert Vera en allerlei andere mensen. Heb je als regisseur wel eens te maken gehad met acteurs die de boel over wilden nemen?
“Oh zeker, dat is aan de orde van de dag, haha! Als acteur kun je niet alles maar over je heen laten komen, je moet de situatie naar je hand kunnen zetten, anders red je het niet in het vak. Als je er je brood mee wil verdienen, zul je aardig moeten zijn tegen iedereen en altijd flexibel moeten zijn. Dat is trouwens hoe het voor de meeste beroepen is in onze neoliberale maatschappij: wees altijd aardig, wees altijd flexibel. Alles is één grote casting eigenlijk, zeker op sociale media.”

De crew in je film werkt aan een remake van Rainer Werner Fassbinders The Bitter Tears of Petra von Kant. Waarom koos je ervoor om je de vergelijking met Fassbinder op de hals te halen?
“Hij is een soort mythische filmmaker geworden, vanwege zijn wilde leven en relaties, vanwege zijn grote productiviteit in een veel te kort leven, en als politiek figuur. Hoe zou een film van Fassbinder er vandaag de dag uitzien? Dat interesseert met mateloos. Hij was iemand die op het juiste moment een politieke film kon maken, die snel kon reageren op wat er in de maatschappij gebeurde. Voor mijn gevoel ontbreekt het tegenwoordig in Duitsland aan dat soort makers. Niemand maakt dat soort films over de vluchtelingencrisis, wat overigens helemaal geen crisis is – dat is compleet door de rechtse media bedacht.”

“Overigens heb je volgens mij absoluut geen voorkennis over Fassbinder of zijn originele toneelstuk en film nodig om van Casting te genieten, hoewel daar allerlei details naar verwijzen. Ze delen bepaalde thema’s: hoe in een relatie altijd één van de twee meer liefde voelt, en de ander dus meer macht heeft – allebei de films draaien om machtmisbruik, patriarchale structuren en machtsspelletjes. Maar je kunt Casting prima kijken zonder iets te weten; het is zeker geen film alleen voor cinefielen.”

De geïmproviseerde scènes botsen prachtig op Fassbinders dialogen in de scènes die de acteurs spelen.
“Zijn taalgebruik is strak en formeel, behoorlijk gestileerd. Dat geldt ook voor zijn filmtaal: hoe er wordt geacteerd, hoe hij filmt. Wij probeerden het andere uiterste op te zoeken: we gebruiken alledaagse, rommelige taal en hand-held camerawerk, alsof de toeschouwer zelf op de set staat en het meemaakt. Het weerspiegelt het verschil tussen zijn tijd en de onze – Fassbinders personages zochten naar alternatieven levenswijzen, naar extremen in de liefde en in drugsgebruik, naar een meer bohemien bestaan. Mijn film toont een neoliberale wereld waarin daar geen ruimte meer voor is. Gerwin is simpelweg op zoek naar werk – hij wil erkenning en is daar zo druk mee dat hij nergens anders om geeft. Dat geldt voor alle acteurs in de film: zelfs de zeer ervaren spelers moeten nog steeds op casting komen, dat houdt nooit op. Dus ze zitten veel meer in de knel dan in de tijd dat Fassbinder zijn melodrama’s maakte. En daardoor is het grappiger.”

Foto: Manfred Werner (Tsui) – CC by-sa 4.0