De high school comedy met zijn eeuwige zoektocht naar populariteit kennen we ondertussen op ons duimpje. De Frans-Tunesisch regisseur Ramzi Ben Sliman geeft in zijn debuutfilm My Revolution een draai aan het genre door een politieke dimensie te introduceren: hoe combineer je de middelbare school met politiek activisme? “Ik wilde een filmportret maken, dat een generatie schetst van weinig geziene gezichten in cinema.”

Related movies

Als het Pluk-terrein in Arnhem na het weekend wordt afgebroken en opgeruimd, gaat jong Nederland alweer bijna naar school. Daar hebben ze weer een jaar de tijd om – naast het leren – te stijgen in de sociale rangorde. Zo bekijkt de jonge opportunist Marwann, hoofdpersoon van My Revolution, het high school leven in ieder geval. Hij probeert er namelijk bij te horen om Sygrid, het meisje van zijn puberdromen te veroveren. Helaas is de Tunesische jongen in Parijs absoluut niet populair.

Dat verandert nadat hij per toeval op de voorkant van links dagblad Libération terecht komt als posterkind van de Franse Tunesiërs die de Jasmijnrevolutie steunen. Politiek activist, hoe combineer je die roeping met de middelbare school? Sliman gaat op komische wijze met deze vraag om, terwijl hij tegelijkertijd een probleem van onze tijd aan de kaak stelt: “Het gevoel van verbondenheid staat in het geding en er heerst veel onrust in de samenleving.”

Wat voor filmische opvoeding heb je gehad?
“Ik heb veel geleerd over cinema door bepaalde films vaker te zien toen ik met mijn vader reisde. Hij was destijds een rondtrekkende filmoperateur. Zo vertoonde hij films in bejaardentehuizen en kostscholen. Intuïtief leerde ik wat het betekende om verhalen te vertellen, wat een shot is, hoe beweging werkt, wat een acteur doet. Mijn vader vertoonde erg populaire films: actiefilms, zwaard-en-sandaal-avonturen, kung-fu, komedies. Meer commercieel dan auteur dus.”

Wanneer begon de verschuiving van films kijken naar films maken?
“Al voordat ik begon met regisseren waande ik mij de regisseur van de films die ik zag.”

En met deze film, jouw debuut, hoe kwam die tot stand?
“Ik hou van de cinema van Italiaans regisseur Ettore Scola. Hij had het talent om de Italiaanse samenleving van zijn tijd te vast te leggen via kleinere verhalen van individueel lot en familie. Frankrijk gaat nu door een complexe tijd. Het gevoel van verbondenheid staat in het geding en er heerst veel onrust in de samenleving. Daar zit ik mee, dus daarmee wilde ik werken. Net als Scola wil ik op een lichte manier naar deze problemen kijken via de belevingswereld van een schoolkind. Ik wilde een filmportret maken, dat een generatie schetst van weinig geziene gezichten in cinema.”

De personages wonen in Frankrijk, maar zijn wel betrokken met wat er in Tunesië gebeurt, en voelen veel machteloosheid. Vooral de moeder van Marwann is gefrustreerd dat zij op afstand niets kan betekenen voor de revolutie. Herkende je dit sentiment in Parijs en Frankrijk toen de revolutie begon?
“Frankrijk begreep niet wat er in Tunesië aan de hand was. Onze Minister van Buitenlandse Zaken Aliot Marie wilde er politie naartoe sturen om orde te scheppen in wat zij ‘rellen’ noemde. Ik denk dat het westen te laat was, misschien door een postkoloniale reflex.”

Het einde van My Revolution doet erg denken aan de films van François Truffaut. Wat heeft jij geïnspireerd voor dit debuut?
“Deze film is inderdaad een hommage aan Les quatre cents coups van Truffaut. Hij is mijn go-to filmmaker. Maar ik ben ook erg geïnspireerd door Un héros très discret van Jacques Audiard, door de manier waarop het idee identiteitsfraude daarin wordt behandeld. La haine natuurlijk ook, veel films van Martin Scorsese, Spike Lee en Woody Allen, vanwege de manier waarop ze hun stad verbeelden. En als laatste zijn de gebroeders Coen een inspiratie door de manier waarop ze muziek gebruiken in hun films.”

Hip hop speelt een belangrijke rol in de film. Marwann oefent hier en daar de kunst van het beatboxen. Het lukt hem alleen nog niet echt en dat merk je als hij in Tunesië bij een illegaal rapconcert terecht komt. Kan je vertellen hoe deze scène in de film terecht is gekomen?
“In Tunesië schoten we een scène met rapper Weld El 15. Hij speelde een rol in de opstand, en het is hem nog steeds verboden op te treden na de revolutie. Het filmen van het concert was zeer moeilijk. Weld El 15 werd bedreigd met vijf jaar gevangenisstraf als hij zou worden betrapt tijdens het optreden. Ik heb me in deze film niet te veel bezig gehouden met de politieke dimensie van de revolutie. Ik wilde juist laten zien dat het een spontane pacifiste beweging was die werd opgepikt door de jeugd van het land, een jeugd die besloot om niet bang te zijn. Dat romantische gevoel wilde ik verbeelden”